Minder profijt van

aftrekposten

De belastingtarieven gaan omlaag voor iedereen met een inkomen boven €20.400. Fijn, want daardoor blijft er netto meer over van het salaris of de uitkering. De keerzijde is dat je van een aftrekpost minder terugziet. Het aftrektarief voor bijvoorbeeld giften, zorgkosten en betaalde alimentatie gaat in 2019 met gelijke tred omlaag als het belastingtarief. In de jaren daarna keldert het aftrektarief voor de hoogste inkomens.

TEKST ASHA STUIVENWOLD

In 2019 dalen de belastingtarieven voor de middeninkomens en de hoogste inkomens met 2,75 respectievelijk 0,20 procentpunt. Vanaf 2021 zijn er voor niet-AOW’ers nog maar twee belastingtarieven voor het inkomen, namelijk een laag en een hoog tarief. Met het hoge tarief krijg je te maken als je inkomen meer is dan €68.500. Voor AOW’ers gelden er vanaf 2021 nog drie tarieven, omdat zij geen AOW-premie betalen.


Het percentage van de aftrekposten dat je via de belastingaangifte terugkrijgt, is heel lang gelijk geweest aan het belastingtarief over het inkomen. Voor de hypotheekrenteaftrek is dat sinds 2014 veranderd: het aftrekpercentage voor hoge inkomens wordt steeds iets lager. Bij de andere aftrekposten was dat niet aan de orde, maar ook dat gaat veranderen. De koppeling tussen het aftrek- en belastingtarief verdwijnt en na 2020 gaat het aftrektarief voor de hoge inkomens in stappen omlaag.

De verlaging geldt voor alle aftrekposten, met één uitzondering. Wie volgens de fiscus een pensioentekort heeft, kan fiscaal vriendelijk sparen voor zijn oude dag. De inleg voor bijvoorbeeld een lijfrenteverzekering of -spaarproduct blijft aftrekbaar tegen het tarief dat je over je inkomen betaalt. Bij deze aftrekpost gaat het aftrekpercentage dus niet omlaag voor veelverdieners.

Voor de hypotheekrenteaftrek geldt in 2019 een tarief van 49% als het inkomen boven de €68.500 uitkomt. Vanaf 2020 daalt de maximale aftrek voor hypotheekrente zodanig dat deze gelijk is aan de lagere aftrek voor de overige aftrekposten. Voor alle aftrekposten geldt dan hetzelfde maximumtarief, uitgezonderd lijfrenteproducten.


De verlaging van het aftrekpercentage geldt ook voor aftrekposten voor ondernemers, zoals de zelfstandigen-, starters- en meewerkaftrek.

Profiteer nu het nog kan

HOOG INKOMEN? LIEVER NU DAN LATER AFTREKKEN

De komende jaren krijg je voor een aftrekpost steeds minder terug van de Belastingdienst, doordat het aftrektarief verder daalt. Is het mogelijk om aftrekbare uitgaven te plannen? Dan is het gunstig om de rekeningen in 2018 te betalen en in de aangifte over 2018 af te trekken. Het hoogste aftrektarief is nu nog 51,95%. In 2019 wordt dat 51,75%, en later zelfs 37%.

BUNDEL AFTREKPOSTEN

Probeer giften of (planbare) zorgkosten zo veel mogelijk in één belastingjaar te betalen. Je hebt dan maar één keer te maken met de niet-aftrekbare drempel. Voordeel is dat je in totaal meer kosten kunt aftrekken dan wanneer je de uitgaven spreidt over meerdere jaren. In 2018 krijg je het meest van de Belastingdienst terug. In de jaren daarna dalen namelijk de aftrekpercentages.

PERIODIEKE SCHENKING STARTEN

Het is fiscaal iets aantrekkelijker om een periodieke schenking in 2018 te starten dan in 2019, vanwege de daling van de aftrekpercentages. Let op: bij het aangaan van een periodieke schenking krijg je te maken met administratieve handelingen. Wacht daarom niet tot de laatste week van het jaar met het regelen van de gift.

VOORDELIG SPAREN VOOR PENSIOEN

De inleg voor een lijfrente is uitgezonderd van de nieuwe regeling die vanaf 2020 geldt voor aftrekposten. (Extra) sparen voor pensioen blijft dus fiscaal gezien onverminderd gunstig voor consumenten die nu een inkomen in de hoogste belastingschijf van 51,95% hebben en na hun pensionering minder dan €68.500 per jaar krijgen. Het aftrekpercentage voor de inleg is in 2019 51,75% en in 2020 46%.

Wie dit jaar een aftrekbare (bancaire) lijfrente stort, profiteert nog van een aftrekpercentage van maximaal 51,95. De aftrek voor lijfrentes daalt van 40,85% in 2018 naar 38,1% in 2019 voor mensen met een inkomen tussen €20.400 en €68.500. En vanaf 1 januari 2019 daalt het aftrektarief in de hoogste schijf van 51,95% naar 51,75% voor mensen met een inkomen van meer dan €68.500.

De betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. Is er nog ‘reserveringsruimte’ over? Gebruik dan liever eerst de reserveringsruimte in plaats van de ‘jaarruimte’, zie pagina 122 van onze Belastinggids 2018.

PARTNERALIMENTATIE AFKOPEN

Wie partneralimentatie afkoopt in 2018, profiteert nog van de aftrek van maximaal 51,95%. Kijk van tevoren wel naar de andere gevolgen van de afkoop. Een ervaren echtscheidingsspecialist kan daarbij helpen.

KOSTEN VOOR MONUMENTENWONING

In 2018 mag je nog 80% van de onderhoudskosten van een monumentenpand als fiscale aftrekpost opvoeren. Daarna wordt deze aftrekpost vervangen door een subsidieregeling. Valt het inkomen in de hoogste belastingschijf, dan is dit jaar bijna 40% van de kosten terug te krijgen via de Belastingdienst. Wellicht lukt het nog om in de laatste maanden van het jaar een aannemer in te schakelen voor onderhoudsklussen. Het is raadzaam nog dit jaar in actie te komen als je sanitair, verwarming of elektra wilt vervangen. De kans is groot dat daarvoor straks geen subsidie wordt verleend.

Wie alleen AOW ontvangt, doet er waarschijnlijk beter aan de verbouwing van zijn monument uit te stellen. De huidige aftrekpost levert hem nu minder op dan de toekomstige subsidie.

BOETERENTE BETALEN? LIEVER NU DAN LATER

De boeterente voor het vervroegd aflossen van een lening voor de eigen woning is aftrekbaar. Dat geldt ook voor de boeterente voor het oversluiten van de lening vanwege een lagere rente. Omdat het aftrekpercentage gelijk is aan dat voor de hypotheekrente, kun je een boeterente beter dit jaar betalen dan in een later jaar.

Wie tussen €20.400 en €68.500 verdient, kan in 2018 de boeterente aftrekken tegen 40,85%. Vanaf 2019 wordt dat 38,1%. Wie meer dan €68.500 verdient, kan dit jaar een boeterente aftrekken tegen 49,5%. De komende jaren daalt de aftrek steeds verder; zie tabel.

Samengevat: belastingtarief per inkomen

Het arme hoofd duizelt van de cijfers en percentages. Vandaar dit kort overzicht per inkomensgroep voor niet-AOW’ers en AOW’ers.