MINDER AFTREK, LAGER FORFAIT

Huiseigenaren betalen een deel van de belastingverlaging. Immers: als de belastingtarieven dalen, leveren hun aftrekposten minder op. Wie hypotheekrenteaftrek heeft, krijgt vanaf volgend jaar rond de 15e van de maand minder belasting terug via de voorlopige aanslag. Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek verder verlaagd, maar de overheid compenseert dat deels door een lager eigenwoningforfait te rekenen. Wie een inkomen heeft van minder dan €68.500 per jaar, profiteert veel meer van deze compensatie dan huiseigenaren met een inkomen boven €68.500.

De hoogte van de hypotheekrenteaftrek is afhankelijk van de waarde van de woning. Jaarlijks stelt de gemeente de WOZ-waarde van het huis vast. Op basis daarvan berekent de Belastingdienst het eigenwoningforfait. De betaalde rente wordt verminderd met het eigenwoningforfait en het restant is aftrekbaar. De overheid past de komende jaren zowel het aftrekpercentage als het eigenwoningforfait aan. Hoe dat eerste precies gaat, is te lezen onder minder renteaftrek.

De overheid compenseert de aftrekbeperking deels via een lager eigenwoningforfait. In 2018 is het eigenwoningforfait nog 0,7% van de WOZ-waarde. Dat percentage wordt de komende jaren stapsgewijs omlaaggebracht. De eerste drie keer dat de aftrek met 3 procentpunt zakt, daalt ook het eigenwoningforfait met 0,05 procentpunt. Het eigenwoningforfait zal in 2023 naar schatting 0,45% zijn, terwijl de hypotheekrenteaftrek in dezelfde periode met 12 procentpunt zal zijn gedaald. Hoe dit precies werkt, staat uitgelegd onder eigenwoningforfait lager.


De woningprijzen kunnen de komende jaren gaan dalen, maar natuurlijk ook gaan stijgen. Wat gebeurt er dan met het eigenwoningforfait en de aftrek van de hypotheekrente? En wat zijn de gevolgen voor de dure en goedkope woonregio’s in Nederland? Meer hierover onder renteaftrek in perspectief.