Ik werk nu al niet meer

Als de AOW-datum dichterbij komt en je al gestopt bent met werken, kun je niet altijd zorgeloos achterover leunen. Hoe hoog wordt het pensioen later? Moet je nog solliciteren als je een uitkering hebt? En mag je naast een uitkering vermogen hebben of bijverdienen? Veel vragen waarop de antwoorden vaak moeilijk te vinden zijn. Lees meer over:


  1. Uitkering tot aan de AOW-leeftijd
  2. Inkomen naast pensioen of uitkering
  3. Geen of te weinig inkomen

TIPS

1. UITKERING TOT AAN DE AOW-LEEFTIJD

Wie een WW-uitkering krijgt, bouwt in principe geen pensioen meer op. Sommige pensioenfondsen hebben wel een werkloosheidsregeling. Je bouwt dan gedurende de WW-periode of soms korter toch pensioen op. Vaak is die opbouw niet volledig. Meld bij zo’n regeling bij je pensioenfonds dat je WW ontvangt en overweeg om zelf nog een aanvullende pensioenpremie te betalen.

Iemand die in het laatste jaar voor zijn pensioen ontslag krijgt, is vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Sinds 1 mei 2018 zijn namelijk alle oudere werklozen een jaar voor hun AOW-leeftijd ontheven van de plicht om te solliciteren.

Werklozen van middelbare leeftijd genieten extra bescherming. Zij krijgen na de WW een vervolguitkering (IOAW of IOW) tot de AOW-datum zonder dat zij hun vermogen hoeven op te souperen, zoals wel bij de bijstand gebeurt. Spaargeld en de eigen woning zijn dus veilig. Je komt alleen in aanmerking voor IOAW of IOW als je meer dan drie maanden WW hebt gehad. Om dat te bereiken moet je voldoen aan de WW-jareneis. Dat wil zeggen dat je in de afgelopen vijf jaar minimaal vier jaar lang voldoende uren betaald werk had. Het minimum is 208 uren per jaar.

Wie weer gaat werken, kan na een tijdje natuurlijk weer werkloos worden. Je hebt dan onvoldoende gewerkt om weer WW te krijgen. En dan? Hup de bijstand in? Dat hoeft gelukkig niet. Heb je een IOAW- of IOW-uitkering gehad, dan kun je die weer krijgen, tot de AOW-datum. De WW-jareneis maakt het wel praktisch onmogelijk om vanuit de IOAW in de IOW terecht te komen.

2. INKOMEN NAAST PENSIOEN OF UITKERING

Als je de AOW-leeftijd binnen maximaal vijf jaar bereikt, mag je inkomen naast deeltijd- of ouderdomspensioen hebben. Dat wordt niet verrekend.

Je hebt ook geen last van korten als je WW, een lijfrente, pensioen (reeds ingegaan deeltijdpensioen of reeds ingegaan pensioen van andere werkgevers) en/of een uitkering uit een levensloopregeling ontvangt. Dezelfde regels gelden voor de aanvullende WW- oftewel PAWW-uitkering, waar inmiddels al bijna 900.000 werknemers recht op kunnen hebben; zie spaww.nl.


Bij IOW, IOAW en bijstand worden uitkeringen uit een lijfrente, stamrecht (soms), levensloopregeling en/of (partner)pensioen wel verrekend. Je kunt het pensioenfonds vragen een pensioenuitkering op te schorten tot de AOW-datum. Individueel pensioen (lijfrente) hoef je sinds juli 2016 niet meer vervroegd op te nemen en op te souperen als je bijstand of IOAW krijgt, behalve als de opbouw meer dan €250.000 is. Snel nog even premiegeld inleggen voordat je bijstand of IOAW-uitkering krijgt, is niet toegestaan.

3. GEEN OF TE WEINIG INKOMEN

Wie geen inkomsten heeft, kan in sommige gevallen een aanvulling op het inkomen krijgen van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Er zijn twee regelingen:

  • De overbruggingsregeling AOW (OBR) is bedoeld voor mensen die vanaf hun 65e jaar geconfronteerd worden met het aflopen van de vut-regeling of een vergelijkbare regeling.

De Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) is bedoeld voor alleenstaande AOW’ers en AOW’ers met een partner zonder inkomen. De uitkering vervangt de inmiddels afgeschafte AOW-partnertoeslag.